Om het deeg te maken: breng de melk in een kleine steelpan net niet aan de kook, roer de boter erdoor en zet opzij om te laten trekken en iets af te koelen.
Doe in een grote kom de bloem, gist, suiker, zout en het melk/botermengsel. Roer om een deeg te vormen en stort dit vervolgens op een met bloem bestoven oppervlak om 5 minuten te kneden. Het deeg zal in het begin vrij nat zijn. Voeg meer bloem toe indien nodig totdat je een soepel deeg hebt.
Vet een kom in en plaats het deeg erin, draai het om zodat het helemaal bedekt is met olie. Dek af met een theedoek of plasticfolie en laat op een warme plek rijzen voor 45-60 minuten, tot het in grootte is verdubbeld. Op een koude plek kan ook, maar laat het dan wat langer rijzen.
Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius.
Meng boter op kamertemperatuur met kaneel en de basterdsuiker voor de vulling tot een pasta.
Rol het deeg uit tot een rechthoek van ongeveer 30 x 60 centimeter en verdeel er gelijkmatig de kaneelvulling over. Rol het deeg in de lengte op. Snijd het deeg in de lengte doormidden met een scherp mes, maar laat 1 centimeter aan de bovenkant aan elkaar. Laat de kaneellagen openvouwen en kruis de twee helften voorzichtig over elkaar totdat de twee strengen helemaal om elkaar heen zijn gedraaid. Verbind de gespleten uiteinden met elkaar, en verbind vervolgens beide uiteinden van het deeg om een krans te vormen. Leg voorzichtig over op een grote met bakpapier beklede bakplaat en laat nog 45 minuten rijzen, of totdat het deeg terugveert bij zacht indrukken.
Bestrijk met geklopt ei en strooi er de ruwe suiker over. Bak 25-30 minuten tot het goudbruin is.